Klinisch Chemisch en Hematologisch Laboratorium
Het Klinisch chemisch en hematologisch laboratorium is CCKL-geaccrediteerd.
Het Klinisch chemisch en hematologisch laboratorium is CCKL-geaccrediteerd, met accreditatienummer 162.
De laatste decennia is de klinische chemie / hematologie uitgegroeid tot één van de belangrijkste ondersteunende specialismen in de gezondheidszorg. Door chemische en technologische ontwikkelingen, vorderingen in het fundamentele onderzoek en de enorme groei van diagnostische mogelijkheden is de klinische chemie / hematologie een specialisme dat onderhevig is aan een continu veranderingsproces. De diversiteit in onderzoeksmogelijkheden heeft ertoe geleid, dat er verschillende onderdelen en aandachtsgebieden binnen de klinische chemie hematologie zijn ontstaan.
Het klinisch chemisch laboratorium onderzoekt met behulp van chemische analysemethoden patiëntenmateriaal, zoals serum, urine en hersenvloeistof. Vrijwel alle chemische bestanddelen van bloed kunnen met moderne methoden worden gekwalificeerd en/of gekwantificeerd. Dit wil zeggen dat er kan worden bepaald wat het gewicht of de concentratie van een bepaalde stof in het bloed is.
In het hematologisch deel van het laboratorium wordt onderzoek verricht naar bloedcellen (rode en witte bloedlichaampjes en bloedplaatjes) en wordt onderzoek verricht naar eiwitten in het bloed, die verantwoordelijk zijn voor de bloedstolling.
Ook het bepalen van de bloedgroep en het selecteren van geschikt bloed ten behoeve van bloedtransfusies is een belangrijke activiteit.
Naast microscopisch onderzoek van de cellen in het bloed wordt in toenemende mate ook ‘instrumentele analyse’ toegepast, waardoor de nauwkeurigheid van het onderzoek verbeterd kan worden. Deze moderne methodes bieden onderzoeksmogelijkheden die enkele jaren geleden nog niet bestonden.
Hiervoor staat hoog opgeleid personeel en kostbare apparatuur ter beschikking. Intensieve scholing van medewerkers is bij deze ontwikkelingen een vereiste.
De klinische chemie en hematologie is niet alleen in het ziekenhuis als specialisatie aanwezig, maar heeft eveneens sterke banden met de huisartsgeneeskunde (ca. 30% van de analyses) en andere gezondheidszorgvoorzieningen. Zij heeft daarmee een transmurale functie.
